Geschreven door Jos Wolbertus voor de heemkundekring Tegelen

Peter Hendrik Vossen begint in 1890 onder de naam Tabaksplant zijn toen succesvolle bedrijf. Zoals al eerder vermeld, waren er talloze grote maar ook vele kleine tabaksfabrikanten in Steyl en Tegelen. Met name in de periode tussen de twee wereldoorlogen groeide het aantal aanzienlijk. Sommigen hadden maar enkele mensen in dienst, bij anderen werkten er honderden, zoals bij Vossen-Breuers, voormalig De Tabaksplant.

Peter Hendrik Vossen werd op 27 juli 1872 in Tegelen geboren. Direct na zijn lagere school begon hij als leerling in de tabaksindustrie bij de Genossenschafs-Cigarrenfabrik in Kaldenkirchen. Amper 18 jaar oud, in 1890, besloot Peter Hendrik dat hij liever niet in loondienst wilde werken. Hij begon zijn eigen tabaksfirma met de naam De Tabaksplant. In een klein winkeltje aan de Spoorstraat (tegenwoordig hoek Spoorstraat/Jac. Bongaertsstraat) startte hij met de productie van sigaren. Vanaf 1894 nam Peter Hendrik voorzichtig personeel aan De zaken gingen blijkbaar goed. In 1896 overleed zijn vader en stond hij er alleen voor. In 1901 trouwde hij met Catherina Hubertina Breuers. De zaak groeide gestaag. In 1905 waren er al acht personeelsleden in dienst van De Tabaksplant, in 1910 was dit aantal verdubbeld.

Woonhuis familie Vossen Breuers Spoorstraat Tegelen

In 1911, precies op het moment dat Vossen zijn zaak aan het uitbreiden was, breekt er een staking uit onder het personeel. Aanleiding zou zijn dat een van zijn personeelsleden bestuurslid zou zijn van de vakbond. De Limburger Koerier meende zelfs dat het Vossen goed uitkwam dat het grootste gedeelte van zijn personeel ontslag had genomen nu hij midden in een verbouwing zat. Er was echter ook een tegengeluid. Enkele personeelsleden die Vossen trouw waren gebleven ontkenden dat De Tabaksplant lage lonen betaalde, zoals werd gesuggereerd in de diverse kranten. Ze vroegen zich dan ook af waarom personeelsleden weer terug waren gekomen, waaronder de oud-voorzitter van de tabaksbewerkersbond in Tegelen. Ook het feit dat men geen lid mocht worden van de bond klopte volgens de briefschrijvers niet. Hoe dan ook, de rijen werden gesloten en de productie kwam weer op gang.

Nieuwe fabriek hoek Grotestraat Jac Bongaertsstraat

In 1925 was de omvang van de firma dusdanig toegenomen dat verhuizen noodzakelijk werd. In januari 1925 werden een nieuwe fabriek en magazijn aanbesteed. Deze kwam op de hoek van de huidige Jac. Bongaertsstraat (voormalig Schoolstraat) en de Grotestraat. In het oude pand van de Tabaksplant begon Jean Ehren een tabakswinkel. Voor de som van fl. 300,00 per jaar huurt Ehren zowel winkel alsook de bijbehorende woning. Voor het bijbehorende magazijn betaald hij nog eens fl. 120,00 per jaar. Uiteraard verkocht Ehren voornamelijk tabakswaren van De Tabaksplant. Peter Hendrik Vossen en zijn vrouw Catherina en hun kinderen, die boven de winkel woonden, verhuisden naar het tegenover gelegen statige pand, Spoorstraat 9.

In 1928 brak er weer een staking uit bij Vossen-Breuers. Een staking die geen echte staking was, want een groot gedeelte van het personeel werkte gewoon door. Aanleiding, het niet nakomen van cao lonen. Vossen reageerde hierop met de mening dat zijn bedrijf niet aangesloten was bij de bond en hij dus niet gebonden was aan de cao afspraken zoals deze door de bond St. Willibrordus waren vastgelegd. Hij gaf aan zich te willen houden aan de cao afspraken mits de andere tabaksfabrikanten in Tegelen, die ook niet waren georganiseerd, dit ook zouden doen. Voor zijn werklui zou dit een loonsverhoging van fl. 2,00 per week opleveren. Vossen eiste echter dat de nieuwe regeling per 1 januari 1929, twee maanden later, zou ingaan. Het stakende en daarmee ontslagen personeel ging hiermee niet akkoord. De bemoeienis van de rijksbemiddelaar mocht niet baten, de bemiddeling van aalmoezenier Dr. Krijn echter wel. Een week later ging het ontslagen personeel weer aan de slag en Vossen betaalde conform cao het nieuwe salaris.

Hoewel het nieuwe pand op de hoek van de huidige Jac. Bongaertsstraat (voormalig Schoolstraat) en de Grotestraat pas enkele jaren in gebruik was genomen, dacht de directie alweer na over een uitbreiding. Gezien de locatie van het bestaande gebouw was uitbreiding daar niet mogelijk en werd er gezocht naar een andere plek. Deze werd gevonden in wat later Roermondseweg 17 zou gaan heten. In februari 1933 opende architect Louis Beckers uit Venlo de aanbesteding voor wat hij in zijn advertentie omschreef als “Het bouwen van een sigarenfabriek met kantoren, op een aan den Rijksweg aldaar gelegen open terrein met bijlevering van materialen etc.” De aanbesteding ging waarschijnlijk snel. In augustus van hetzelfde jaar was de bouw al volop bezig. Dit weten we omdat in diverse kranten melding werd gemaakt van een ongeluk bij de bouw. De heer Schoeren (andere kranten melden Scheeren) uit Hout-Blerick, voeger van beroep, viel van zeven meter hoogte van een steiger en werd in kritische toestand in het ziekenhuis opgenomen. In november begon de firma Aznem uit Roermond met het installeren van de elektrische licht en de telefoon installatie in de nieuwe fabriek.

Gedurende deze periode was er ook veel hommeles over de inzet van Duitse sigarenmakers. Dit gold niet alleen voor Vossen-Breuers maar ook voor vele andere Nederlandse tabaksfabrikanten. De werkeloosheid in Nederland was hoog en met name de bond voor tabakswerkers maakte zich hierover boos. In de Nederlandse Tabakscourant werd een enquête gepubliceerd waaruit zou blijken dat bij Vossen-Breuers op 420 werknemers slechts 20 Nederlanders zouden werken. Enige tijd later werd dit bericht weer gerectificeerd. Een correspondent van de Maasbode was, naar aanleiding van het bericht dat er 400 Duitsers zouden

werken, naar Vossen-Breuers gegaan waar hij inzicht kreeg in het personeelsbestand. Daar bleek dat Vossen-Breuers op 1 juli 1933 169 personeelsleden had waarvan 74 de Duitse nationaliteit hadden. Van deze 74 woonden er ook nog 32 in Tegelen of Belfeld. Vossen gaf aan dat hij wel verplicht was om Duitsers aan te nemen omdat werkeloze sigarenmakers uit de omgeving Eindhoven weigerden om bij hem te komen werken. Uiteindelijk liet hij bussen vanuit Venray rijden waar ook veel werkeloze sigarenmakers woonden.

Vossen Breuers Roermondseweg 17

Begin 1934 verhuisde men naar de nieuwe fabriek aan de Roermondseweg 17. In oktober 1935 veranderde de fabriek van naam. Het bedrijf dat eerst De Tabaksplant heette, kreeg toen de naam Vossen-Breuers. Peter Hendrik Vossen, de oprichter van de firma, kon niet lang genieten van zijn succes. Op 10 oktober 1938 overleed hij op 66-jarige leeftijd. Zijn vrouw Catherina Vossen-Breuers werd de nieuwe directrice. Hun drie zonen, van de nog zes levende kinderen, vormden het commissariaat van de onderneming: Jan, Col (Nico) en Harie Vossen. Jan deed de financiën, de boekhouding, Col deed de productie en Harie de in- en verkoop,  Harie Vossen is later nog een handel in sigaren begonnen onder de naam HAVOS.

Opa en oma Vossen op kantoor
Sigarenmakers

Intussen floreerden de zaken. Vossen-Breuers nam steeds meer personeel aan. Begin 1938 kreeg Garage Cup uit Tegelen zelfs vergunning om met een autobus tussen de grens en de fabriek te pendelen, enkel en alleen om Duitse sigarenmakers naar de fabriek te brengen. Ook kocht Vossen-Breuers diverse panden op en liet zelfs eigen woningen bouwen die ze daarna weer verhuurden.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog kwam de hele tabaksindustrie in Nederland in grote problemen. Vanuit het buitenland was er, vanwege de boycot, geen aanvoer van tabak meer. Veel sigarenfabrikanten richtten zich nu op de thuisteelt. Ook in Tegelen.

In 1942 werd zelfs geopperd dat Tegelen het nieuwe centrum voor tabaksteelt zou kunnen worden. Volgens Van Slooten, een landbouwkundige uit Wageningen was met name de grond in Tegelen zeer geschikt om tabak te telen. De twee en een halve hectare die toen al aangeplant was, daarbij waren de vele particuliere aanplant in de achtertuintjes niet meegerekend, zou zeker uitgebreid kunnen worden. Tabakszaad werd aangeboden voor 50 cent per zakje waarin zich ongeveer 6000 zaden bevonden. Echter de kwaliteit, vergeleken met de buitenlandse tabak, bleef ver achter.

De oorlogsjaren betekenden bijna het einde van de onderneming. Tot 1942 draaide de fabriek prima, daarna begon de ellende. Op 1 augustus 1943 werd de productie stil gelegd en werd de fabriek door de bezetter gevorderd. De fabriek werd ter beschikking gesteld aan de wapenfabriek Nedinsco. Terwijl de kelders gevuld waren met meer dan 100 vluchtelingen en onderduikers, gebruikten de Duitsers de fabriek voor opslag. Beginnende branden door inslagen van fosforgranaten werden door de aanwezige evacuees snel geblust. Vossen-Breuers overleefde deze moeilijke tijden en op 1 april 1945 draaide de fabriek, weliswaar beperkt, weer.

Vijf jaar na de oorlog, in september 1950 overleed de directrice Catherina Vossen-Breuers. Catherina had tot dan toe de onderneming strak geleid. De halfjaarlijkse bijeenkomsten met de drie commissarissen, haar zonen, duurden gemiddeld een half uur en bestonden vaak uit slechts één agendapunt. Hoe staat de zaak ervoor? Na deze korte mededelingen werd de vergadering alweer gesloten.

De drie zonen, Jan, Col en Harrie waren de nieuwe directeuren van Vossen Breuers. Zij gingen toen een moeilijke tijd in. De sigarenindustrie was al lang over zijn top, automatisering kostte veel geld en het publiek was veelal overgegaan op sigaretten. In snel tempo werden veel sigarenfabrieken in geheel Nederland gesloten. Ook Vossen-Breuers ontkwam niet aan deze malaise. Jan Vossen meldde aan de Kamer van Koophandel dat de naamloze vennootschap per 1 januari 1962 een lege NV was geworden en dat zij per 1 maart 1962 geheel was opgeheven. Aan 72 jaar Vossen-Breuers cq Tabaksplant komt een einde.